Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Kennis

De bacheloropleiding bevat alle basiskennis (zowel op het gebied van de Elektro- en Informatietechniek als op verwante gebieden al Wiskunde, Natuurkunde en Informatica), die nodig is om wetenschappelijke informatie te kunnen beoordelen op relevantie voor een bepaald probleem en handboeken en overzichtsartikelen te begrijpen. In grote lijnen is de basiskennis die wij in de bachelor-opleiding aanbieden, onder te verdelen in:

  • Wiskunde
    Analyse (differentieren, integreren, limieten, complexe getallen e.d.), Lineaire Algebra (vectoren, matrices), en Kansrekening
  • Signaalbewerking
    Tijddomein en frequentiedomein, continu en discreet (Fourier- en Laplacetransformaties, Z-transformatie), filterontwerpen, ruis
  • Systeemtheorie
    Elektrische netwerken (weerstanden, condenstatoren, spoelen, bronnen), twee-poorten, overdrachtsfuncties, toestandsvergelijkingen
  • Telecommunicatie
    Analoge modulatietechnieken (bandbreedte, ruis), digitale modulatietechnieken (Nyquist, codering, signaalherstellers, multiplexen), communicatietheorie (Shannon), keying technieken, spread spectra, toepassingen (GSM, WLAN)
  • Electronica
    Basisfuncties (versterker, opteller), Opamp-schakelingen, oscillator, modulator, transistoren en andere halfgeleiders (eigenschappen, basisschakelingen), AD- en DA-conversie, digitale schakelingen, filters, phase-locked-loop, optische schakelingen, materiaalkunde (quantummechanica en optica)
  • Energietechniek
    Motoren en generatoren (inductie, synchroon, gelijkstroom, reluctantie), vermogenselektronica (gelijkrichters, invertoren, convertoren), elektriciteitsnet (3-fasen-systeem, opwekking, transport, beveiliging)
  • Regeltechniek
    Concepten (terugkoppeling, stabiliteit, bandbreedte), ontwerp regelaar continu systeem (poolbanen, Bode-diagram, PID-regelaar),  ontwerp regelaar tijdsdiscreet systeem (houdschakeling, s-z-relatie); systeemidentificatie, black-box-modellen, adaptieve regelingen
  • Computertechniek
    Logica, ontwerp logische functies, computerarchitectuur (CPU, bus, geheugen, perifere functies), rekenfuncties (ontwerp, Kahn-netwerken, graphen), wachttijdproblemen, netwerken (protocollen, client-server, point-to-point)
  • Programmeren
    Gestructureerd programmeren (specificaties, object georienteerd), toepassen via o.a. C++, assembler, Matlab
  • Electromagnetisme
    Elektrische en magnetische velden, wetten (Maxwell, Gauss, Ampère, Biot-Savart, Faraday), krachten, energiedichtheid (Poynting-vector); golven en straling, antennes
  • Ontwerpkennis
    Fasering, specificaties, testen, verificatie; concurrent design, fast prototyping

Vaardigheden

Studenten die de bachelorsfase hebben afgerond, beschikken over de volgende vaardigheden:

  • Zelfstandig al bestaande kennis verwerven en zich in beperkte tijd kunnen inwerken in een  nieuw probleem.
  • Modelleren, dat wil zeggen situaties uit de praktijk analyseren en daarvan de essenties weergeven.
  • Elektro- en informatietechnische processen en systemen kwalitatief beschrijven in termen van basisprincipes, en deze beschrijving, waar nodig en mogelijk, kwantificeren in termen van mathematische relaties.
  • Een integraal ontwerpproces kunnen volgen:
    • doelstellingen van een opdrachtgever kunnen vastleggen in een programma van eisen.
    • een programma van eisen kunnen beoordelen op zijn compleetheid en correctheid.
    • het functionele programma van eisen kunnen omzetten in een technisch programma van eisen.
    • vanuit het functionele programma van eisen alternatieve oplossingen kunnen genereren.
    • in staat zijn de meest geschikte alternatieven te selecteren en weten hoe deze alternatieven uitgewerkt moeten worden.
    • een ontwerp kunnen analyseren in termen van functies, taken van functiedragers, eigenschappen, structuur en lay-out.
  • Een probleemstelling formuleren.
  • Experimenten bedenken en opzetten.
  • De resultaten van een experiment samenvatten, analyseren, structureren en beoordelen.
  • Op basis van een opdracht een project indelen in fasen, en per fase de aard van de werkzaamheden, tussenproducten en beslissingsmomenten aangeven.
  • De voortgang en onderlinge afstemming van de projectwerkzaamheden bewaken.
  • Een project beheersen wat betreft tijd, kwaliteit en geld.
  • Samenwerken in een (multidisciplinair) teamverband.
  • Communiceren op het vakgebied
  • Een voordracht houden (ook in het Engels).
  • Een verslag schrijven over een bestudeerd onderwerp, een verricht onderzoek of een ontwerp (ook in het Engels).