Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Alarmerings- en evacuatieprocedures bij calamiteiten

1. Alarmeringen

  • Bij een calamiteit (brand, ongeval, etc,) moet terstond alarm worden geslagen via het centrale alarmnummer 2222.
  • Een evacuatiebevel wordt kenbaar gemaakt via het zgn. "slow whoop" signaal. De liften in Potentiaal worden naar niveau 1 gedirigeerd en daar geblokkeerd. Zij zijn dan nog uitsluitend te gebruiken door leden van de TU/e brandweer.


2. Evacuatie Procedure

  • Als het "slow whoop" signaal klinkt, dient iedereen onmiddellijk de gebouwen te verlaten via de trappenhuizen en zich te begeven naar het evacuatiecentrum. Dit is de Hal in het Hoofdgebouw. Hierbij dienen de aanwijzingen van de evacuatiecommissarissen opgevolgd te worden.
  • De evacuatiecommissarissen dienen er voor te zorgen dat hun territorium daadwerkelijk ontruimd is. Voltooiing hiervan dient gemeld te worden bij de portiersloge.

N.B. Calamiteiten dienen altijd gemeld te worden via toestel 2222. Op medewerking van u allen wordt gerekend mocht zich onverhoopt een calamiteit voordoen.